Mijn kind is bang! Wat nu??

Marissa vroeg mij onlangs: ‘Sinds enkele weken is mijn kindje Sam, bang op zijn kamer. Hij zegt ‘eng!’ en kijkt naar ‘niets’. Hij wil niet meer in zijn kamer slapen! Wat kan ik doen om hem te helpen??

Wanneer je kindje angstig is, is dat heel naar voor jou als ouder! Dat wil je natuurlijk voorkomen en je wilt je kind beschermen. Maar wat als je niet kan zien waar je kindje bang voor is? Wat doe je dan? De vraag van Marissa gaat hierover.

Allereerst is het natuurlijk belangrijk te beseffen dat kinderen gedurende hun ontwikkeling ook fasen hebben waarin ze angstig kunnen worden voor ‘fantasie dingen’. Bijvoorbeeld: een persoon uit een sprookje, een figuur uit een tekenfilm, monsters onder het bed etc. Als kinderen ouder worden kan dit worden angst voor ongrijpbare zaken zoals oorlog of doodgaan. Dit zijn normale angsten en horen bij de ontwikkeling van een kind.

Ook al zijn ze normaal, dat is niet minder vervelend en ik adviseer altijd om een kind serieus te nemen in zijn gevoelens en dus ook in zijn angsten. Echter zonder deze angsten te bevestigen. Vaak is je rol als ouder ‘erkenning geven, troosten, steunen en helpen om de angsten te relativeren door de angst te toetsen aan de werkelijkheid’.

Bij kleine kinderen kun je de kamer onderzoeken; samen de enge figuren wegsturen;  een helper/beveiliger neerzetten in de vorm van een bewakende en beschermende knuffel; een lichtje aan zetten of een geruststellend muziekje etc. Belangrijk is dat je duidelijk laat zien dat je niet bang bent, het kind serieus neemt en actie onderneemt om het gerust te stellen.

Wanneer kinderen ouder worden kun je ze helpen ook weer door hen serieus te nemen, de angst te erkennen en niet weg te wuiven, ze te troosten en vervolgens helpen de angst te relativeren door de angst voor de dood te onderzoeken, informatie erover uit te wisselen en samen te bespreken.

Bijvoorbeeld door te bespreken wat er gebeurt als je dood gaat. Dat de dood een transformatie is zoals een rups overgaat naar een ‘pop’ en vervolgens een vlinder wordt!

Door aan te geven dat de dood geen einde is en daardoor minder beangstigend.

Bij Marissa en Sam leek er meer aan de hand dan een ontwikkelingsangst. Sam leek echt iets te zien in zijn kamertje wat Marissa niet kon waarnemen. Zij kreeg ook kippenvel wanneer Sam erover sprak.

Soms zijn kinderen paranormaal gevoelig en het lijkt erop dat Sam ook paranormaal begaafd is. Hij zag iets en was er bang voor. Hij was echter nog te jong om te kunnen benoemen wat hij zag.

Ik gaf Marissa als tip om hem te beschermen door:

  • Zelf in zijn kamer hardop of in zichzelf te zeggen: ‘wat hier ook is, GA WEG. Je bent hier niet welkom. Je maakt Sam bang en dat wil ik niet! Wegwezen!’ De woorden zijn niet zo belangrijk maar wel de intenties: ik wil het niet en ga weg, deze moeten duidelijk zijn. Hier moeten entiteiten aan gehoorzamen. De energie van jou als mens in een fysiek lichaam is op aarde groter dan de energie van een entiteit zonder fysiek lichaam.
  • Ook zou ze de kamer kunnen reinigen door witte salie te branden en zo zijn kamer vrij te maken van ongewenste energieën.

Ik hoor soms van ouders dat hun paranormaal begaafde kinderen zelf juist niet bang zijn voor wat ze ervaren maar dat zij als ouder wel angst ervaren. Het kan ook zijn dat hun nieuwsgierigheid wordt geprikkeld. Wanneer een ouder vervolgens het kind gaat uithoren en de nadruk legt op de ervaring kan het kind alsnog bang worden, of zich realiseren dat het voor de ouder niet ‘iets normaals’ is.  Dat kan onhandige gevolgen hebben.

Ik geef in dit soort situaties vaak de tip om de paranormale ervaring te behandelen als een boterham met pindakaas; ofwel iets heel normaals. Je kunt gerust zeggen: ‘oh heb je een boterham met pindakaas? Vind je hem lekker of hou je niet van pindakaas?’ (Wat heb je ervaren? Wat vind je ervan?)

En als het kind het als normaal en niet bedreigend ervaart kun je het daarbij laten of nog eens vragen of het er nog over wil praten. Verder is het voor het kind niet iets beangstigends of bijzonders. Wanneer je het zo kan laten is het iets wat van het kind kan zijn zonder dat het te veel ruimte of energie kost. Het kan zich dan natuurlijkerwijs ontwikkelen (of het verdwijnt op de achtergrond)!