Stoppen met zelfkritiek
Share on facebook
Facebook
Share on twitter
Twitter
Share on linkedin
LinkedIn

Karima is een denker en een gevoelsmens. Doordat beide aspecten ontwikkelt zijn in haar persoonlijkheid ontstond een innerlijke strijd. Een strijd tussen gevoel en verstand en omdat Karima in haar opvoeding had meegekregen dat ratio erg belangrijk is , won haar verstand het vaak van haar gevoel. Met als resultaat dat zij zich vaak verdrietig en ongelukkig voelde!  Gevoelens die je onderdrukt hebben de neiging om samen te vallen en donker te kleuren. Zoals wanneer je schildert en verschillende verfkleuren mengt, de kleur die uiteindelijk ontstaat dan vaak zwart wordt!

Wanneer ik me in haar gedachten verdiepte hoorde ik:

  • Je moet je niet zo aanstellen
  • Iedereen heeft wel eens wat!
  • Doorzetten
  • Zeikerd
  • Je bent dom
  • Als je nou eerst wacht tot je zoon uit huis is dan kun jij je daarna …
  • Enzovoorts

Zij had in gedachten veel commentaar op zichzelf en zij geloofde haar gedachten alsof ze waarheid zijn. Op die manier werd het wonen in haar hoofd onprettig en ongemakkelijk. Zij was niet meer thuis in zichzelf. Het was alsof ze iedere keer wanneer ze tot rust probeerde te komen deze stemmen in haar hoofd hoorde die haar kleineerden en geestelijk mishandelden. Daar wordt niemand vrolijk van!

Ik legde haar uit dat onze hersenen random gedachten produceren. Als een soort supercomputer. De gedachten worden achter elkaar van hak op de tak over je heen uitgespuugd tot er een je aandacht trekt. De gedachten waar je je bewust van wordt, volg je vervolgens met je aandacht en die gedachten produceren gevoelens en lichamelijke gewaarwordingen.

Je neemt de wereld waar middels je referentiekader wat je hebt geleerd door ervaringen. Heb je veel positieve ervaringen dan heb je vaak een overeenkomstig referentiekader. Heb je veel negatieve ervaringen zul je ook eerder een negatief referentiekader ontwikkelen.

Wanneer je vertrouwen vaak is beschaamd zul je meer moeite hebben om andere mensen te vertrouwen dan wanneer je juist altijd op mensen hebt kunnen vertrouwen.

Wanneer je vertrouwen vaak beschaamd is zul je eerder aannemen dat iemand je niet belt omdat ze je niet meer ‘moeten’. Dan iemand wiens vertrouwen niet is beschaamd die eerder zal denken ‘goh ik zal eens even bellen, misschien heeft ze het vergeten en is er iets anders tussen gekomen’. In de tweede situatie levert het geen negatieve gevoelens op, terwijl in de eerste situatie de ander geladen wordt met negatieve gevoelens. Deze negatieve gevoelens zijn opgeslagen door eerdere negatieve ervaringen en kunnen de negatieve gevoelens in het huidige moment versterken.

De positieve gevoelens die loskomen bij positieve ervaringen kunnen ook positieve herinneringen en bijbehorende gevoelens triggeren die in je liggen opgeslagen. Zo heeft iedere ervaring een cumulatief effect!

Wanneer je je daarvan bewust kan worden kun je zien dat de gedachten waarlangs je leeft misschien niet waar zijn of zelfs niet de moeite waard zijn om je aandacht aan te geven.

Ze kunnen je ook gewoon iets vertellen over hoe je bent opgevoed, of waar je bang voor bent.

Doordat Karima met haar gedachten (programmering) zoveel gevoelens onderdrukte had zij niet geleerd wat zij nou zelf wilde.

Zij was gewend de negatieve gedachten voor waar aan te nemen en zag ze voor ons gesprek niet als iets wat ze kon onderzoeken. Haar gedachten was gewoonweg een programmering. Wanneer zij zichzelf maar genoeg zou ontmoedigen en mishandelen, zou ze vanzelf stil gaan zitten, dan kon ze niet gekwetst worden door anderen. Je ziet een -hele verdrietige- maar effectieve manier om niet gekwetst te raken door anderen. Heel verdrietig omdat ze in dit geval zichzelf kwetste en afwees om (onbewust) afwijzing van anderen te voorkomen!

Wanneer een vriendin haar meevroeg naar de bioscoop zei zij ja zonder zich af te vragen of ze wel zin had in die film of zelfs in die vriendin. Ik adviseerde haar om bij ieder verzoek de tijd te nemen en zichzelf af te vragen: ‘wat wil ik’ ; ‘wil ik dit?’ Hoe voelt het als ik me in die situatie visualiseer?’ door haar lichaam te raadplegen zou ze meer in contact komen met haar gevoel. Het lichaam liegt niet. Het spreekt de waarheid en kan je in contact brengen met je gevoel!

Om uit haar gedachten te komen vroeg ik haar iedere dag vijf minuten stil te zitten en zich te concentreren op haar ademhaling. Steeds wanneer ze zou afdwalen van haar gedachten, vroeg ik haar terug te keren naar haar ademhaling. Op deze wijze zou ze zich bewuster kunnen worden van haar geest die steeds opnieuw vele gedachten -afleidingen- produceerde om haar aandacht van haar ademhaling af te leiden.

Bewust worden van je gedachten en welke invloed je gedachten hebben op de beleving van je werkelijkheid is een enorme stap vooruit. Door in stilte te kunnen zijn zou er rust komen en zou zelfkritiek ruimte maken voor zelfacceptatie en zelfwaardering!