Zelfbevrijding
Share on facebook
Facebook
Share on twitter
Twitter
Share on linkedin
LinkedIn

De sleutel tot zelfbevrijding!

Wanneer je een pasgeboren baby in je armen hebt gehouden, weet je dat er niets zo lief of prachtig is als zo’n wurmpje. Het ligt zachtjes ademend en geluidjes makend in je armen en is VOLMAAKT. Het plast, poept, boert en kwijlt en is werkelijk VOLMAAKT!

Volmaakt in al zijn onschuld en in al zijn imperfecties: het scheve neusje, de rimpels, de kwijlbubbeltjes rond het mondje… alles is perfect. Zo’n kleintje in je armen te houden voelt als een gigantische beloning, een klein wonder.

Stel je nu voor dat je tegen ditzelfde schattige en onschuldige wondertje begint te schreeuwen:

‘Je bent niet goed genoeg!’

‘Je bent achterlijk!’

‘Dat kun jij niet!’

‘Kun je nou nog niet lopen?’

‘Hoeveel diploma’s heb je? Geen één! Je bent minder dan niks, een nul!’

Dat is best schokkend, nietwaar? Heb je dat wel eens gedacht bij, of gezegd tegen, een pasgeboren baby’tje? Waarschijnlijk niet, omdat de baby zo VOLMAAKT was.

En dat komt omdat iedere baby – met alle mankementen al dan niet aanwezig – volmaakt is.

Een moeder van een baby met een hazenlipje vertelde mij eens het volgende: ‘Altijd wanneer mensen in mijn kinderwagen keken, schrokken ze, althans totdat hij geopereerd was. Toch was hij voor mij volmaakt. Zo dapper om zo ter wereld te komen, zo sterk. Ik was trots op alles!’

Iedere baby is – net zoals jij eens was – in één woord: VOLMAAKT!

Dus wanneer ben je je volmaaktheid gaan afleren? Wat was het moment dat je meer moest gaan doen dan gewoonweg zijn? Het begon waarschijnlijk bij de vergelijking met andere baby’s, moeders wisselen nou eenmaal graag informatie uit.

‘Hoe oud is je baby? Oh… rolt hij al? Die van mij rolt al maanden!’

Door de vergelijking ontstaat een competitie, een fout of goed en slecht en beter. Dan wordt de baby geacht bepaalde activiteiten zoals rollen, tijgeren, kruipen, vaste voeding eten, lopen en dergelijke te ontwikkelen en het liefst binnen de daarvoor opgeschreven tijd. Want anders vallen we buiten de lijntjes en is er hulp van een expert nodig om ons weer terug in het gareel te krijgen. Niet dat het echt helpt, er wordt alleen vastgesteld dat je je niet ontwikkelt volgens een curve. Het etiket ‘voldoet niet aan de norm’ is hiermee ontstaan. Je bent beoordeeld en niet oké bevonden. En iemand heeft weer werk, namelijk het opschrijven en in kaart brengen van je onvolmaaktheden!

Want je mag niet te licht of te zwaar zijn. Niet te snel of te langzaam. Dat alles is NIET GOED.

Dus komt een dergelijk kindje in een medische molen. We moeten de natuur een handje helpen met hormonen, met oefeningen, met opdrachten!

En daar begint het. Sinds wanneer is anders ‘niet goed’?

In mijn beleving is anders pas niet goed als er klachten ontstaan of iemand er zelf last van heeft. Anders is ‘anders’ slechts wat het is: gewoon anders en niets meer dan dat.

Ieder kind heeft zijn eigen ontwikkelingstempo, zijn eigen leercurve, zijn eigen levensinstellingen en voorkeuren ten opzichte van de kennis, vaardigheden en ervaringen die hij tot zich neemt.

Ik hoorde ooit Ken Robinson in zijn speech op TED-Talk spreken over een meisje. Het betrof een verhaal van de jeugd van een hele bekende vrouw. In dat verhaal was zij een meisje dat toen nog op school zat. Zij was beweeglijk, snel afgeleid en haar ouders waren op school geroepen. Zij had waarschijnlijk ‘een leerstoornis’, zo werd gezegd. Het meisje werd naar een dokter gestuurd. Daar luisterde de dokter naar haar moeder die allerlei mankementen opsomde van haar dochter. Dochterlief luisterde niet voldoende, zat nooit stil etc. Het meisje luisterde mee en zat steeds te wiebelen…

De dokter vroeg of de moeder met hem naar buiten wilde stappen. Voordat ze dat deden zette hij de muziek aan in zijn kantoor. Ze liepen naar buiten en sloten de deur achter zich. De dokter zei: ‘Kijk eens!’. Ze keken door het raam van de deur. Het meisje was opgestaan en was begonnen met dansen en bewegen op de muziek…

‘Mevrouw,’ zei de dokter, ‘er is niets mis met uw dochter. Uw dochter is een danseres.’

In het heden is het meisje een van de meest succesvolle choreografen ter wereld, multimiljardair, medecreator van onder andere de musical Cats.

Hoewel we globale ontwikkellijnen kunnen onderscheiden, is een mens op zichzelf staand en uniek. We zijn hier dan ook om onze eigen unieke talenten te brengen. Dat hoeft niet allemaal groots en opvallend, maar wel zo dat een ieder zich er zelf prettig bij voelt!

Binnen onze maatschappij is het belangrijk dat we ons op een bepaalde manier kúnnen gedragen. Normaal gedrag wordt gewaardeerd. Dus is het handig wanneer we dat ook leren. Normaal gedrag is belangrijk voor je overleving, dus is het handig wanneer we onze kinderen opvoeden met informatie over wat is geaccepteerd en wat niet.

Ik leerde bijvoorbeeld als snel dat helderziendheid niet geaccepteerd is en zelfs onwenselijk. Dus leerde ik het te verbergen. Werd ik daardoor minder helderziend? Nee, gelukkig niet. Wanneer je je leert aanpassen, verdwijnt het anders-zijn niet. Je talenten zijn als zaadjes die altijd en onder de juiste omstandigheden beginnen te groeien!

Net als ieder mens uniek is, vallen sommige unieke eigenschappen meer op dan andere. Het is een kunst in het leven om jouw unieke eigenschappen te vinden, te behouden en ze ten goede in te zetten in je leven.

We leren door onze opvoeding dat we ons moeten gedragen volgens bepaalde gedragsregels. Als we ons daaraan houden zijn we goed en als we ons daar niet aan houden zijn we slecht. Dit is een illusie. Energie, dat wat we zijn, is noch goed, noch slecht. Het is hoe we onze energie benutten en inzetten dat ons de labels doet plakken: goed of slecht…

Onze persoonlijkheid, onze identiteit wordt gevormd door onze aanleg (karakter, temperament), onze opvoeding, onze omgeving en onze reactie daarop.

Door afwijzing van onze natuurlijke volmaakte eigenschappen ontstaat de illusie van tekortschieten, gegoten in een pijnlijk negatief zelfbewustzijn. Een scheetje laten tijdens het eten is op 6-jarige leeftijd slecht, terwijl toen we baby waren een scheetje laten knap was. Wat maakt dat we ineens niet meer knap zijn? We voelen ons afgewezen. Dat voelt niet fijn… We willen dat niet-fijne gevoel niet en dus wijzen we in het vervolg onze eigen behoeften, namelijk het laten van een scheetje af.

Flesje leegdrinken is bewonderd worden, het flesje niet leegdrinken is de bezorgdheid van je moeder voelen! Dat willen we niet, dus doen we ons best dat flesje leeg te drinken en het bordje leeg te schrapen. We leren dat we niet met vuile voetbalschoenen door de kamer mogen lopen, we krijgen straf als we het wel doen. Dus zijn we slecht als we dat doen en goed als we het niet doen… we beginnen met aanpassen omdat we graag goed willen doen, of we reageren met rebels gedrag omdat we het vanuit ons temperament niet accepteren dat we straf krijgen. We reageren altijd!

Onze reacties zijn ook deels natuurlijk. We hebben de bescherming van de groep nodig, anders gaan we dood; dat is ons instinct. Aanpassen is natuurlijk gedrag dat dient om te overleven; echter niet altijd wenselijk in onze psychologische omgeving van tegenwoordig. Hiervan vluchten we weg door aan regels te voldoen die erkenning geven van anderen of we proberen de afwijzing van anderen te voorkomen.

Gevoel veroorzaakt gedrag en gedrag en gevoel veroorzaken denkwijzen en patronen en andersom. Onze zelf-ontkenning (negatieve overtuigingen over onszelf), de regels en condities waar we aan moeten voldoen en het bijbehorende gedrag, bestaan met en door en voor elkaar.

We bouwen onze identiteit op door onze levenservaringen. We combineren levenservaringen en interpretaties hiervan tot opvattingen en regels waar we ons aan houden, of welke we willen breken.

Voor mij is dit net als allerlei kleuren die door elkaar heen lopen: wanneer ik weet welke kleurencombinatie wát veroorzaakt, kan ik ze uit elkaar halen en kan eraan gewerkt worden! We kunnen weer leren dat we VOLMAAKT zijn, omdat we dat juist niet zijn! We zijn gewoonweg goed, met alles wat we kunnen en niet kunnen!

Vandaag praatte ik met een schrijver. In gesprekken waarin om zijn advies wordt gevraagd, klapt hij dicht en hij weet niet waardoor dit komt. Hij kan niet altijd goed advies geven, omdat hij niet op argumenten kan komen of zich door andere mensen met meer of betere argumenten laat overrulen.

Ik vroeg hierop wat hij van zichzelf verwachtte. Zijn antwoord: ‘Ik wil direct kunnen reageren met goede antwoorden en argumenten.’

Kortom zijn eisen aan zichzelf zijn:

–   Ik moet het goed doen

–   Ik moet direct goede argumenten hebben

–   Ik moet direct kunnen reageren

En zijn oordeel: dat hoort bij mijn werk, anders doe ik het niet goed!

Deze eisen gaan – op dit moment – in tegen de huidige werkelijkheid, zijn werkwijze is op dit moment namelijk:

–   Ik moet over dingen nadenken

–   Ik verwoord mijzelf en mijn gedachten het beste schriftelijk

–   Ik heb tijd nodig om mijn gedachten te ordenen

Hier ziet u dat de schrijver eigenlijk deels een probleem heeft met zelfacceptatie: ik moet iemand zijn wie ik niet ben! en shit!, het is me nog steeds niet gelukt om iemand te zijn die ik niet ben!

Wat is het gevolg?

Juist: zelf afwijzing! Ik doe het niet goed! en dus: onzekerheid. De onzekerheid zorgt voor het dichtslaan. En ook zorgt de onzekerheid ervoor dat de argumenten die er wel zijn onvoldoende kracht hebben om over te komen zoals hij dat wenst. De schrijver is een goed voorbeeld van wat er kan gebeuren als je jezelf afvalt. Ik noem dat zelf-mishandeling! ’Ik doe het niet goed, ik kan het niet, ik moet het leren, wat stom dat ik het nog niet geleerd heb, wat een sufferd ben ik, die anderen kunnen het wel!, ik zou het moeten kunnen!’ en meer van dat soort onaardige zelf-spraak zijn hier voorbeelden van.

Onderzoek wijst uit dat het heel belangrijk is voor mensen om zelfvertrouwen te hebben. Een van de kernkwaliteiten die mensen nodig hebben voor succes, is zelfvertrouwen.

Als je weet wie je bent, kun je dat zelfvertrouwen uitstralen. Als je overtuigd bent van jezelf en van wat je doet, is dat een van de belangrijkste kwaliteiten!

Het gaat om het zelfvertrouwen dat je uitstraalt!

Je kunt jezelf helpen om dat zelfvertrouwen op te bouwen.

Stap 1

Het begint bij het kennen van jezelf. Wat kun je wel en wat (nog) niet? Accepteer dat wat je kunt en maak dat je sterke punt(en)!

Stap 2

Je focussen op je successen en dat wat je goed doet is een twee-de belangrijke stap.

Vervolgens schrijf je iedere dag in een succesdagboekje drie positieve punten van die dag; drie ja!

Dit worden je bevestigingen. Je bent goed en je zult het opschrijven om jezelf eraan te herinneren. En of je er in schrijft dat je een bepaalde werkzaamheid goed hebt gedaan of dat je haar zo mooi zat die dag, dat maakt niet uit! Positief over jezelf en je prestaties daar gaat het om! Zo bouw je zelfvertrouwen!

Stap 3

Jezelf en je kwaliteiten ruimte geven, in plaats van kwaliteiten willen ontwikkelen die niet bij je passen, is een belangrijke derde stap! Manage jezelf. Zorg dat je datgene krijgt wat je nodig hebt! Waar ben je goed in en wat is er nodig om zo voor de dag te komen?

In het geval van de schrijver: geef bijvoorbeeld in je bevestigingsmail van de afspraak of opdrachtbevestiging aan: ik ben een schrijver en geen prater. Wil je een adviesgesprek, geef dan twee dagen van tevoren, in een mail, de gespreksonderwerpen en vragen aan die je hebt. Dan kan ik me goed voorbereiden en kunnen we tijdens het gesprek, spijkers met koppen slaan.

Op die manier creëer je de omstandigheden waarin je goed functioneert! Plus je vraagt niet het onmogelijke van jezelf! Je hoeft niet iemand te zijn die je niet bent. Je vraagt een walvis ook niet in de wei te grazen. Einstein hoefde ook geen Michelangelo te zijn! Het zou afbreuk doen aan hun beider prestaties wanneer zij iemand anders zouden willen zijn dan wie zij waren!

Voor de schrijver geldt ook: neem de tijd die je nodig hebt! Creëer die tijd door bijvoorbeeld bovenstaande opmerking toe te voegen aan je schrijfsels en offertes. Maar ook in een gesprek kun je aangeven: ‘Ik ben een schrijver en geen prater, ik kan nu geen antwoord geven, ik kom er bij je op terug.’

Dat is geen zwakte. Het is zelfkennis en zelfvertrouwen!

Stap 4

Neem tijd voor ontwikkeling!

Een brood heeft ook tijd nodig om te rijzen! Alles heeft zijn eigen tijd! Een boer kijkt ook niet iedere dag of zijn aardappelen onder de grond wel aan het groeien zijn. Nee, heb geduld. Het goede groeit vanzelf zoals het groeit en je kunt jezelf niet anders denken dan dat je bent! Neem de tijd die je nodig hebt om te zijn wie je bent!

Stap 5

Als laatste stap: verzin een motivatieleus!

Een leus waarmee je jezelf kunt helpen herinneren dat je mag zijn zoals je bent! Armstrong had de leus: ‘Be strong!’

Mohammed Ali: ‘I am the best!’

De schrijver in dit voorbeeld zou kunnen zeggen: ‘Ik ben een schrijver, geen prater, ik mag tijd nemen!’

Soms helpt het om een stip op je hand te zetten om je te helpen herinneren aan de leus. Anderen nemen een loszittend elastiekje die ze van de ene om de andere pols doen om zich te helpen herinneren aan de leus! Je doet de leus ‘om’; en je stapt door die handeling in de werkelijkheid van de leus!

Stap 6

Doe als Nike zegt: ‘Just do it!’

Wees nooit bang om jezelf te zijn!