Hoe stop je teveel geven

Kind
Share on facebook
Facebook
Share on twitter
Twitter
Share on linkedin
LinkedIn

Wanneer je als mens te veel geeft, te veel lief hebt, te veel over je grenzen gaat, je teveel bemoeit met andermans zaak, probeert situaties te beïnvloed waar je geen invloed op hebt dan kan dat veel energie van je vergen. Het kan je uit balans trekken. Je kunt er wrokkig en zelfs ontevreden van worden, niet snappen dat anderen geen rekening met jou houden. Je kunt denken dat het aan de ander ligt. Dat de ander voor zichzelf zou moeten snappen dat het zo niet kan, dat het anders moet. Dat hij of zij echt moet veranderen…

Is dat wel echt zo? Wat ben je aan het doen?

Monique is een cliënt die een dergelijk gedragspatroon bij zichzelf herkent. Zij heeft een nieuwe partner die wat ergerlijk en onbeschoft gedrag vertoond. Ze vraagt zichzelf af, wat ligt nu aan mij en wat ligt nu aan hem?

Vuistregel die ik toepas. Alles wat je observeert, waarneemt, je aan ergert of zelfs leuk vind zegt iets over jouzelf.

Mensen zoals Monique die de neiging hebben te veel te investeren doen dat vaak vanuit een goed hart, goede bedoelingen. Zij willen mensen om zich heen helpen, verbeteren, beschermen of gewoonweg laten inzien dat iets wel of niet deugt. Daarbij stellen zij een norm die ‘iedereen’ ook vind.

De keerzijde van dergelijk goed bedoelt gedrag is dat zij onbewust hopen op een positief resultaat. Als hij, zij, de afdeling, de leidinggevende, buurvrouw, buurman of collega, nu maar begrijpt dat het niet goed is, anders moet etc… dan… wordt de verstandhouding, de relatie, het werk, de situatie beter. En krijg ik meer waardering, liefde, minder werk, een eerlijke behandeling etc.

Kortom als de situatie veranderd wordt er in mijn behoeften voorzien…

En die behoeften dat is nu juist waar het om gaat. Veel situaties draaien om praktische zaken. In het voorbeeld van Monique heeft zij een partner die niet goed kan luisteren. Wanneer zij iets vertelt onderbreekt hij haar enthousiast, neemt het verhaal over, luistert niet, vraagt niet door etc.

U begrijpt dat dit zeer ergerlijk is. Zo roept Monique: dat zou iedereen toch ergerlijk vinden! Dus ik moet hem opvoeden, ik heb het er met hem over gehad. Uitvoerig zelfs, ik heb voorbeelden gegeven en aangegeven dat iedereen dat ergerlijk vind! En weet je wat hij zegt: ‘ik wil dat wel veranderen voor jou!’

Voor mij en dan heb ik het straks gedaan, hij moet het voor zichzelf doen!! Toch?! Ik vind het zo vermoeiend….

Dit gesprek terugspoelend in mijn hoofd, hoor ik:

Hij moet beter luisteren

Hij moet daarin veranderen

Hij moet begrijpen dat het ergerlijk is

Hij moet snappen dat het voor iedereen ergerlijk is

Hij moet het voor zichzelf doen…

Leest u ergens het woordje ik? Nee inderdaad ik ook niet… Terwijl -voor zover ik weet- Monique alleen maar invloed op zichzelf heeft. Dat is het mooie van dit aardse leven. We leven hier afgescheiden van de rest en we zijn hier om te leren hoe het is om voor onszelf te zorgen en onze eigen invloed te verkennen die we hebben op de wereld.

In het hiernamaals zijn we een maar in het hier en nu in het aardse leven kunnen we daar alleen maar naar terugkijken en zelfs -als hoogsensitieveling- naar terugverlangen. Toch is de realiteit dat de aarde een ervaring van het afgescheiden leven brengt. En dus ik ‘hij’ niet ‘ik’ en ben ‘jij’ niet de ‘ander’.

In deze situatie van Monique leg ik haar uit hoe zeer ik het begrijp dat het ergerlijk is dat iemand zoiets doet, en dat wanneer we puur naar de inhoud van haar ervaring kijken ik het kan snappen dat zij denkt dat ‘iedereen dit onbeschoft en vervelend gedrag vind van hem’.

Anderzijds hoe weten we dat zeker? Hoe weten we dat zijn vrienden en familieleden zich hieraan ergeren?

Bovendien is het een vraag: is het onze taak dan om zijn familieleden en vrienden van zijn slechte gedrag te verlossen?

Nee wanneer we sec kijken naar deze situatie, zijn wij er niet om anderen te verlossen van zijn ergerlijke gedrag. En betrekt Monique de anderen die haar gelijk zouden geven alleen om zichzelf te ondersteunen, zodat zij legitiem door kan gaan met het verbetergedrag. De ander moet veranderen, iedereen is het er mee eens. Dus ik mag opvoeden…Het is legitiem.

Maar waarom eigenlijk?

Dat heeft te maken met de behoeften van Monique. De achterliggende behoefte bij de inhoud: ‘hij zou naar me moeten luisteren, hij zou me uit moeten laten praten!’ ligt dieper.

Want wat gebeurt er met Monique als hij niet luistert en haar niet laat uitpraten en in plaats daarvan over zichzelf begint?

dan voel ik me onzichtbaar en onbelangrijk. Alsof hij mij niet ziet staan, ik er niet ben. Ik alleen maar moet geven…

–          Dit zijn je gedachten

‘ja dat klopt’

–          En hoe voel je je?

‘Boos en verdrietig en eenzaam en alleen…’

–          Dat is een heel vervelend gevoel. Dat begrijp ik. Wat zou je eraan kunnen doen?

‘Als hij nu zou inzien dat hij dat moet veranderen voor zichzelf…’

–          Oké dat is één manier om ernaar te kijken. Maar bèn jij hém? Kun jij hem dwingen dingen anders te bekijken of te zien?

‘Nee, maar daarom probeer ik het ook zo uitvoerig te bespreken en uit te leggen!’

–          Wat als je dat niet zou doen? En in plaats daarvan zou kijken naar waar jij invloed op hebt en waar jouw taak ligt? Zou het jouw taak kunnen zijn om voor jezelf te zorgen?

‘Ja’

–          En om voor jezelf op te komen?

‘Ja’

–          Oké. Dus wat als je zou kijken naar wat zegt dit over mij?

‘Ja dan moet ik het dus uitmaken. Hij spoort hierin niet, dit is toch niet normaal!’

–          Oké zo kun je ernaar kijken, maar wat als je kunt kijken naar wat het over jou zegt…

‘Dat snap ik niet zo goed..’

–          Zou het kunnen zijn dat je hierin een grens tegenkomt van jezelf. Dat je erachter bent gekomen dat je het belangrijk vind dat iemand naar je luistert en belangstelling toont. Omdat wanneer dat niet voldoende gebeurt je je eenzaam en ongelukkig voelt?

‘Ja dat klopt wel.’

–          Zou je dit kunnen communiceren aan hem?

‘Ja dat heb ik al geprobeerd en ik heb gezegd dat dit echt geen omgangsvormen zijn dat hij zich misdraagt en dat hij dat moet veranderen. Zijn zus en moeder zeiden zelfs dat ze blij waren dat eindelijk iemand het eens zei!’

–          Dat heb ik begrepen, echter wat zij vinden, denken of zeggen is niet jouw zaak en ligt niet binnen jouw invloedssfeer. Wat ligt wel binnen jouw invloedssfeer?

‘Ik volg je niet…?’

–          Je zou kunnen zeggen wat het met je doet. Wanneer hij zich daarvoor wil aanpassen is dat voldoende. Je hoeft niet voor de wereld te zorgen dat hij een beter mens wordt. Je wilt dat hij jóu anders behandeld. Dus wanneer hij jóu anders behandeld, heb je je doel bereikt.

‘Ja maar dat moet hij toch voor zichzelf willen doen. Niet voor mij?’

–          Als hij kiest om zich aan te passen doet hij dat wellicht voor jou, wellicht ook niet. Dat is zijn zaak. Zijn keuze waarom hij wel of niet iets wil doen of nalaten. Jij kunt alleen maar aangeven wat je wilt en wat de dingen met je doen. Ook kun jij zelf aangeven wat je zult doen als hij er niets in veranderd (consequentie). Dan heeft hij zijn eigen keuze of hij zich wel of niet aanpast. En jij hebt vervolgens een keuze of je daarmee kan en wil leven…

‘Oké…’

–          Dus wanneer we dit uitwerken: situatie; je hebt me vanavond al vijf keer onderbroken en hebt het verhaal overgenomen, niet naar me geluisterd en me niet uit laten praten. Ik denk; dat je mijn verhaal niet interessant en belangrijk vind. Dat je me niet ziet staan, ik onzichtbaar ben. Ik voel: me rot en boos en gekwetst. Ik wens: dat je me laat uitpraten, doorvraagt en belangstelling toont. Wanneer je dit niet doet zal ik (consequentie) de avond beëindigen en naar huis gaan. Het levert me teveel stress en pijn op om op die manier met je om te gaan. Ik wil het niet uitmaken, wel uit de situatie stappen… wanneer het te vaak gebeurt zou het wel een aanleiding kunnen worden om de relatie te verbreken.

–          Nu heeft hij de keuze, zijn eigen keuze, om rekening te wíllen houden met jou, zijn gedrag al dan niet aan te passen. Bijvoorbeeld omdat hij jou niet wil kwetsen, hij het nu inziet dat het niet oké gedrag is, omdat hij de relatie niet kwijt wil of om wat voor reden dan ook. Waar het om gaat is dat je beter behandeld wordt, doordat je duidelijk, kort en bondig hebt aangegeven wat er is, wat het met je doet en wat je wenst. Plus de consequentie. Dat is de invloed die je hebt.

–          Jij hebt de keuze hoe wil ik mij door wie laten behandelen. Je hoeft hem niet te veranderen, noch op te voeden. Je hoeft alleen maar te benoemen wat voor jouzelf goed is of niet goed. En hij houdt daar rekening mee of niet en aan de hand daarvan maak je zelf keuzes.  Hierin geef je soms iets en krijg je soms iets. Het is niet zwart wit.

Bovenstaande is een redelijk uitgewerkt voorbeeld van de situatie van Monique. Vaak zien we in soortgelijke situaties dat we onze hand overspelen. We overschatten onze invloed en proberen controle te krijgen over zaken waar we geen controle over hebben. Vaak heeft dit te maken met onveilige gevoelens. Wanneer we onze omgeving onder controle hebben of kunnen beïnvloeden voelen we meer veiligheid.

Ook kunnen oprechte hulpvaardigheid en gevoelens welke strijden tegen onrecht ten grondslag liggen aan dergelijk gedrag. Wanneer we dit echter terug herleiden naar onze persoonlijke behoeftes maken we de situaties behapbaarder, inzichtelijk en zien we wat we eigenlijk wensen te voorkomen en wat we wel en niet kunnen beïnvloeden.

Nog enkele vuistregels:

–          Als er zijn, hun, die of dat voor staat is het vaak niet JOUW zaak. Het is van hen, hun, die of dat!

–          Wat er wel of niet aan een situatie, mens, of omstandigheid klopt is niet jouw zaak. Wel wat het met je doet en wat jij zou willen. Hoe je dit wil verkrijgen en of je daar wel of geen invloed op hebt.

–          Door de situatie te analyseren in vijf stappen: situatie, denken, voelen, wens en consequentie wordt de situatie helder.

–          Je hebt vervolgens zelf een keuze waarin je wel of niet dingen toelaat of niet. Jij bepaald wat er klopt voor jou of niet. Voor ieder is dat anders. Voor de een is een man die boert aan tafel prima, voor de ander is dat ondraaglijk. Voor de een is vreemd gaan niet toegestaan, voor de ander mag het zolang het is afgesproken. De een wil praten, de ander wil dat juist niet… We zijn allemaal unieke mensen met unieke levensvoorkeuren. Het is belangrijk mensen te vinden die daar in grote mate bij passen en degenen die daar niet bij passen te laten.

–          Je eigen invloed is beperkt tot jouw eigen leef- en denk- en gevoels- wereld niet die van een ander.

Natuurlijk is het moeilijk en zeker niet altijd noodzakelijk om een relatie te verbreken of een baan op te zeggen wanneer deze niet bij je past. Het is ook niet zwart wit. Wanneer 55% positief is en 45% minder positief of negatief is er een positieve uitslag, jij bepaald bij welk percentage je stopt of doorgaat. Niets is in het leven is helemaal naar wens en in alles bevinden zich uitdagingen. Stel dus realistische doelen en wensen.

Zo gaat dit op voor: De gemeente kapt nodeloos de bomen in de straat. Ik wordt er boos van. Dat mag niet. Ik ga protest aantekenen.

Waar ligt je behoefte? Bijvoorbeeld: ik heb behoefte aan groen om mij heen. Of ik wil niet dat de gemeente bepaald dat er wel of geen bomen in mijn straat staan, ik heb behoefte aan zeggenschap. Heb je invloed op deze kwestie? Heb je invloed dan wend je deze aan door te uiten waar je behoeften liggen. Heb je geen invloed? Dan probeer je op een andere wijze je nu bekende behoeften te vervullen. Alles in je omgeving leert je waar je behoeften liggen en waarin ze gefrustreerd raken en wat je hier vervolgens aan kunt veranderen.

Het zelfde geldt in werksituaties: afdeling x functioneert niet daardoor krijgt Petra meer en dus teveel telefoon. Zij heeft een heel goed idee over hoe afdeling x kan worden aangepast. Petra wil met al haar adviezen de situatie daar veranderen.

Is het gevraagd dit te doen? Nee. Is het dus haar zaak? Nee

Wat is wel haar zaak? De hoeveelheid telefoontjes die bij haar binnenkomt.

Conclusie: zij kan de invloed die ze wel heeft uitoefenen door naar haar leidinggevende te gaan en aan te geven dat de hoeveelheid telefoontjes haar belemmeren om haar werk goed uit te voeren. Dus (consequentie) ofwel daar gaat iets mee gebeuren of zij levert minder werk af. Zij kan hierin de leidinggevende vragen te prioriteren.

Zo ook in privé situaties: Een collega -Thea- verteld aan Karin dat haar man haar heeft geslagen. Karin leeft mee en wil haar helpen. Liefst vertelt Karin aan Thea precies wat ze moet doen. Karin heeft dit immers zelf ook meegemaakt en weet precies hoe Thea zou moeten handelen in zo’n soort situatie. Karin denkt er veel over na en neemt het zelfs mee naar huis… die nacht slaapt Karin slecht.

De andere week verteld Thea wat haar man haar zoon heeft aangedaan. De situatie herhaalt zich. Thea deelt, Karin luistert, Karin geeft ongevraagd allerlei adviezen, Thea doet er niks mee.

De week erop komt Thea met weer een verhaal. Nog erger dan eerst, het doet Karin verdriet. Karin heeft er last van. Begrijpt niet dat Thea bij haar man blijft.

Een nieuwe aanpak kan zijn:

Karin: Ik begrijp dat je hier mee zit. Het doet mij ook veel om je aan te horen. Ik merk dat ik er onrustig van wordt en niet van kan slapen. Ik vind het zo erg voor je. Ik merk dat je me niet vraagt wat je zou kunnen doen of hoe dit op te lossen terwijl ik het liefst wel zou zeggen wat je moet doen. Ook begrijp ik nu dat dit niet mijn rol is.

Ik merk dat het niet zo goed voelt voor mij om steeds naar je verhalen te luisteren. En tegelijk niks aan adviezen te mogen geven. Of zelfs als ik ongevraagd adviezen geef, dat er dan niets uit volgt. Ik heb me voorgenomen dit eerlijk aan je te zeggen. Het doet me veel wat er met je gebeurt, ik kan er zelfs niet van slapen en ik denk ook hierdoor dat ik niet de persoon ben om je te helpen of goed naar je te luisteren.

Ik heb -ongevraagd-  een telefoonnummer voor je opgeschreven van iemand die je misschien wel kan helpen. Misschien dat die iets voor je kan betekenen. Het spijt me dat ik niet meer naar je verhalen wil luisteren.

Gevolg: Thea kan haar gevoelens niet meer ventileren bij Karin. De interne druk bij Thea wordt groter. Ze moet het probleem hierdoor ofwel met iemand anders bespreken ofwel iets aan de oplossing gaan doen. De afwijzing van Karin aan Thea brengt Thea terug bij zichzelf. Gaat ze iets aan de situatie doen of heeft zoekt ze een ander meelevend luisterend oor en houdt ze de situatie in stand.

In allerlei situaties is het belangrijk vanuit jezelf te spiegelen en niet de ander proberen te beïnvloeden. Hoe goed bedoelt ook.

Wat ik juist vaak zie is dat het helpen, adviseren, heropvoeden, overtuigen niet het gewenste effect heeft.

Grenzen bepalen, je eigen behoeftes leren kennen voor jezelf wel. Het is een stuk minder vermoeiend en gezonder! En de ander heeft vaak meer baat bij deze werkwijze omdat ook die zichtbare keuzes krijgt.

Bovendien is de enige die je door en door kent jij zelf… je kunt niet bepalen hoe een ander zich moet voelen, hoe deze zich moet gedragen en wat wel en niet zou moeten. De enige over wie je deze zeggenschap hebt ben jij zelf!